Niet de makkelijkste filmtitel van het jaar. Ook niet de makkelijkste film om te volgen, maar dat hoort er een beetje bij als regisseur Terry Gilliam losgaat. En dat ging ‘ie bij het maken van Parnassus! Voor het eerst in tijden schreef Gilliam ook het verhaal, dus is het echt zijn film geworden. En zoals gebruikelijk ging er weer wat mis. Net na het afronden van de opnamen in Londen, de cast kon even naar huis terwijl de set verhuisd werd naar de studio’s in Toronto, kwam het bericht door dat Heath dood was aangetroffen in zijn New Yorkse appartement. Terry had ’t niet meer en wilde alles al stopzetten. Tot hij besefte dat hij het aan Heath verschuldigd was om door te zetten. Drie van diens vrienden – Johnny Depp, Jude Law en Colin Farrell – gingen akkoord met het invullen van de rol voor de resterende scènes. De rest is geschiedenis.
Exact twee jaar en twee weken na het bericht van die tragische dood draait deze bijzondere film in Nederland. Op de credits prijkt niet heel trots Gilliams naam, maar staat ‘a film from Heath Ledger & friends’. Een mooi eerbetoon aan de veelzijdige acteur die nog zoveel mooie rollen had kunnen spelen. Deel van dat eerbetoon is ook dat Terry zich aan het script heeft gehouden bij de scène waarin Heath voor het eerst te zien is. Voor dood hangend onder een brug in Londen. Een pittige keus, maar het verhaal was niet anders. Zo wordt Tony gevonden door een rondreizend theatergroepje onder leiding van de stokoude Doctor Parnassus. De krasse baas kan mensen door een magische spiegel laten stappen en daarachter hun grootste fantasieën laten uitkomen. Ze kunnen er anders uitzien, maken de gekste dingen mee – alles kan in het Imaginarium! Zo kan het ook dat als Tony door de spiegel stapt hij er anders uitziet. Als Depp bijvoorbeeld, of als Farrell. Deze vondst is zo natuurlijk in de film verwerkt dat de makers sowieso voor deze aanpak hadden moeten kiezen. Wat Tony allemaal meemaakt en hoe hij zijn collega’s van het toneelgroepje meesleurt in een idioot avontuur is bijna niet in woorden uit te leggen. In beelden ook nauwelijks, want Gilliam heeft de grootste moeite om de plot een beetje overzichtelijk gehouden. Maar wat dondert dat als je om de zoveel tijd weer terugkan door de spiegel? Daar wacht iedere keer een nieuwe wereld, de een nog mooier of krankzinniger dan de ander. Het is een feest om naar te kijken; hoe de deal van Parnassus met de duivel (een fantastische Tom Waits) nou precies in elkaar zit moet je gewoon maar geloven. Alles bij elkaar is dit een echte Terry Gilliam film. En wie Monty Python’s The Meaning of Life, Brazil, The Adventures of Baron Munchausen of bijvoorbeeld Fear and Loathing in Las Vegas gezien heeft, weet wat je daarvan mag verwachten.
- PdH
Gerelateerde berichten:








